Onderpresteren
Onderpresteren is een discrepantie tussen dat wat het kind op school
presteert en de eigenlijke capaciteiten van het kind. Liggen de prestaties
van het kind beduidend lager dan dat, wat verwacht kan worden gezien de
capaciteiten van het kind, dan spreekt men van onder-presteren.
Hoogbegaafde kinderen lopen een verhoogd risico, zowel emotioneel als
psychisch, omdat hun unieke intellectuele en creatieve mogelijkheden hen
kwetsbaarder maken op school en thuis ten aanzien van druk (stress). Dit
kan onderpresteren tot gevolg hebben.
De onderpresteerders zijn in drie groepen in te delen:
-
laag zelfbeeld
-
ontwijk gedrag op intellectueel gebied
-
slecht concentratievermogen en beperkte sociale vaardigheden.
Het profiel van een onderpresteerder kan het onderstaande bevatten:
-
slechte prestaties bij testen
-
goede mondelinge kennis, maar duidelijk minder bij schriftelijke opgaven
-
goed begrip en geheugen, mits geïnteresseerd in onderwerp
-
verveling in de klas
-
prestaties op fundamentele onderwerpen beneden verwachting
-
rusteloosheid of onoplettendheid
-
onafgerond dagelijks werk
-
hekel aan huiswerk dat veel oefening vergt (bijv. wiskundesommen)
-
dromerigheid
-
onaardig of ongeduldig gedrag ten aanzien van minder slimme kinderen
-
voorkeur voor omgang met oudere leerlingen of volwassenen
-
buitengewoon kritische houding ten opzichte van zichzelf
-
onvermogen tot goed contact met leeftijdsgenoten of leraren
-
emotionele instabiliteit: lage eigendunk, teruggetrokken en soms agressief
gedrag
-
brede interesse, soms grote deskundigheid op specifiek gebied.
Natuurlijk rijst nu de vraag hoe deze onderpresteerders het beste geholpen
kunnen worden.
Allereerst is het noodzakelijk om een voorzichtige inschatting te maken
- bij voorkeur door een deskundige (psycholoog) op dit gebied - omtrent
de cognitieve capaciteiten en emotio-neel-sociale problemen van het kind.
Daarnaast moeten er gespreken op gang worden gezet tussen leerling,
leraren en ouders.
Van groot belang voor het kind is dat het van ouders én leerkrachten
geduldige, toegewijde en stimulerende hulp kan verwachten. Daarbij moet
men bij de leerling de achterstanden bijwerken en er steeds op blijven
wijzen dat men hogere verwachtingen heeft van hem of haar.
Bron: David George: Gifted Eduaction, Identification
and Provision, David Fulton Publishers 1995