'Zesjescultuur' op retour

8 december 2006

Het onderwijs wordt in Nederland geassocieerd met slechte salarissen, lerarentekorten en dalend peil.
Maar volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau groeit van onderop nieuwe aandacht voor talent en excellentie.
Onderstaand een artikel uit het Financieele Dagblad van 8 december 2006



Onderwijs -
Het onderwijs wordt in Nederland geassocieerd met slechte salarissen, lerarentekorten en dalend peil.
Maar volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau groeit van onderop nieuwe aandacht voor talent en excellentie

Ed Groot
AMSTERDAM - In het onderwijsworden van onderop veel initiatieven ontwikkeld om getalenteerde kinderen meer uit te dagen en hun niveau op te krikken.
Hoewel het nog vaak gaat om kleinschalige hervormingen, zijn honderden scholen en universiteiten er bij betrokken.
De aandacht voor talent neemt duidelijk toe. De zesjescultuur lijkt op zijn retour.

Dit blijkt uit het gisteren gepubliceerde rapport 'Investeren in vermogen' van het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Anders dan in voorgaande rapporten van het SCP wordt niet een stand van zaken beschreven hoe Nederland er in sociaal en cultureel opzicht voor staat.
In het rapport wordt een select aantal terreinen beschreven waar Nederland goed bezig is om in zijn toekomst te investeren. In feite is het rapport daarmee een welbewuste keuze voor een goednieuwsshow.

Elementen daarvan zijn allochtonen die het steeds beter doen in het onderwijs, moeders die steeds vaker voltijds werken, de grote omvang van het vrijwilligerswerk en boeren die goed geld verdienen met maatschappelijk ondernemen in plaats van het milieu te vervuilen.
Maar de meest markante omslag lijkt zich voor te doen in het onderwijs. De Nederlandse onderwijstraditie is immers sterk gericht op gelijke kansen en op wegwerken van achterstanden. Extra voorzieningen voor getalenteerden waren verdacht, want waarom meer overheidsgeld voor kinderen die het toch wel redden?

Inmiddels is het thema 'selectie duidelijk niet meer taboe', aldus het SCP. 'De vraag is alleen nog wanneer, waarop en hoe.'

De trend naar meer aandacht voor talent is zowel vraag- als aanbodgedreven. Jongeren willen zich vaker onderscheiden van anderen en ouders gaan vaker op zoek naar scholen die iets extra's te bieden hebben (en ze zijn welvarender dan vroeger om ervoor te betalen').

Het onderwijs speelt daarop in. Ook uit noodzaak, want het aantal leerlingen in de eerste twee leerjaren in het voortgezet onderwijs zal tussen 2005 en 2010 afnemen met 19.000 (5%).

De trend naar differentiatie en selectie komt duidelijk naar voren in de stijgende populariteit van het elitaire gymnasium. Het aantal scholengemeenschappen met een gymnasiale afdeling groeide tussen 1998 en 2005 met 24. Het aantal vwo-leerlingen dat in Latijn examen deed, steeg tussen 1998 en 2005 van 22% naar 24%.

Doen gymnasiasten het later beter dan andere vwo-leerlingen? Ja, ze kiezen vaker voor de universiteit en halen daar in het eerste studiejaar duidelijk betere resultaten. Meer in het algemeen geldt dat goede leerprestaties op de middelbare school ook later worden volgehouden. Van de leerlingen met meer dan een 7,5 gemiddeld op de middelbare school gaat maar liefst 92% naar de universiteit en daar studeren ze sneller af dan anderen, terwijl ze minder klagen over werkdruk, betere relaties met de docenten hebben en minder uren per week achter de pc hangen.

Modern alternatief voor het gym is het 'technasium', vooral gericht op bètavakken. Het technasium is twee jaar geleden begonnen in Groningen. Inmiddels zijn er al vijftien van, terwijl zes scholen zich hierop beraden. Verder zijn er zestig scholen die zich profileren als bètaprofielschool.

Ook het tweetalig onderwijs, waarbij minstens de helft van de vakken in het Engels (of Duits) wordt gegeven, rukt op. Er zijn nu 90 zogenoemde tto-scholen, vergeleken met 25 in 2000. Dit lijkt geen overbodige luxe, want uit onderzoek blijkt dat Nederlanders hun zogenaamde goede beheersing van vreemde talen vaak zwaar overschatten.

Een opkomend fenomeen is ook dat universiteiten al beginnen te werven voor leerlingen eindexamen doen. De Universteit Utrecht kent het Junior College en Leiden begon in 2004 met het Pre University College, een tweejarig programma voor getalenteerde leerlingen voor de klassen 5 en 6 van het vwo. Zeventien scholen doen aan dat programma mee.

En ten slotte groeit de belangstelling voor studeren in het buitenland. In 2004 gingen 1500 Nederlanders studeren in de VS. Daarvan waren er overigens slechts 83 uitverkoren door het prestigieuze kwartet Harvard, MIT, Stanford en Berkeley.

Copyright © 2006 Het Financieele Dagblad