Klik hier om deze printvriendelijk opgemaakte pagina af te drukken

Ontwikkelingsvoorsprong? Sequentieel of simultaan?

Testen heeft zin

Een discussiepunt in de benadering van hoogbegaafde kinderen is de vraag of en wanneer het nuttig is om een kind psychologisch te testen. De vraag komt vooral van ouders (en andere betrokkenen) die het gevoel hebben dat hun kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft, maar dit niet echt duidelijk kunnen aantonen. Of van ouders die geconfronteerd worden met (opvoedings)dilemma's waar zij zelf niet uitkomen. Wat levert zo’n psychologisch onderzoek nu op?

De redenen waarom ouders een onderzoek naar de intelligentie van hun kind willen, kunnen heel divers zijn. In veel gevallen roept het sociale gedrag van het kind vragen op.
Waarom gedraagt hij zich op school heel anders dan thuis? Waarom speelt ze het liefst alleen met oudere of jongere kinderen? En wat moet je als ouders met vage somatische klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid, traagheid, niet kunnen slapen of 's nachts veel dromen, bedplassen en tics zoals stotteren, kuchjes enzovoort?

Misselijk
Ook de ouders van Alexander, Tom en Charlotte hadden dergelijke vragen.
Alexander heeft een hekel aan school. Maar hij is rustig en valt niet op in de klas. Hij rekent erg goed, op een niveau ver boven zijn leeftijd. Met lezen gaat het niet zo goed en de juf raadt de ouders aan thuis af en toe met hem te oefenen. Thuis is hij erg druk en doet hij vervelend tegen zijn broertjes. Hij kijkt graag naar informatieve tv-programma’s en is handig met de computer. Hij houdt van puzzelen en moeilijke sommetjes maken. Hij is een echte wijsneus. Hij neemt geen genoegen met een vage uitleg en komt vaak zelf met originele oplossingen. Zijn ouders willen graag weten wat zij kunnen doen om Alexander weer plezier in het naar school gaan te laten krijgen. Bovendien willen zij weten waarom hij zich op school zo compleet anders gedraagt dan thuis.
Tom zit in groep 4 en gaat niet meer met plezier naar school. Hij klaagt over buikpijn, maar als hij thuis blijft, is dit na een uurtje over. Soms komt hij misselijk uit school thuis. Hij speelt het liefst alleen of wil met zijn moeder rekenen. Sinds enkele maanden zakken zijn prestaties; het lijkt of hij zijn best niet meer doet. Ook komt zijn werk nu niet meer af en zit hij veel te dagdromen. De juf geeft aan dat zij geen grote verandering in het gedrag van Tom ziet. Maar zijn ouders maken zich zorgen over zijn 'spijbel'gedrag, zijn steeds ziek zijn en het niet meer naar school willen.
Charlotte is een vriendelijk, rustig en pienter meisje. In groep 2 mocht zij de klas voorlezen uit haar leesboekje en begon ze korte briefjes te schrijven. Zij verheugde zich erop om te gaan rekenen in groep 3. Omdat zij snel werkte en weinig fouten maakte mocht zij al gauw meer lees- en rekenwerkjes gaan maken. Ze gaat met erg veel plezier naar school. De school wil haar een klas versnellen omdat zij door het lesmateriaal van haar huidige groep is. Haar ouders vroegen zich af of de door de school gesignaleerde ontwikkelingsvoorsprong bij hun dochter wel blijvend was.
Bovendien vroegen zij zich af of het sociaal en emotioneel gezien wel zo verstandig was om Charlotte een klas te laten overslaan. Hoe zou Charlotte zich voelen als ze niet meer bij haar beste vriendinnetje in de klas zat?
Bij elkaar zijn dit geen eenvoudige vragen waar een opvoeder mee geconfronteerd kan worden. Het kan dan zinvol zijn het kind psychologisch te laten testen. De ouders van Alexander, Tom en Charlotte meldden hun kind aan voor een psychologisch onderzoek.

Kindvriendelijk
Wie zijn kind aanmeldt voor onderzoek merkt dat niet alleen het kind, maar ook de ouders een rol spelen tijdens het onderzoek. Zij leveren de eerste belangrijke gegevens aan de hand waarvan een algemeen beeld over het kind gevormd wordt. De onderzoeker stelt vragen over (verwachte of veronderstelde) verstandelijke capaciteiten, sociaal en emotioneel gedrag. Om te kunnen bepalen of er sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong, kan vervolgens een intelligentieonderzoek afgenomen worden. Een van de beschikbare testen daarvoor is de Kaufman Assessment Battery for Children (Kaufman-ABC).

Simultaan sterke kinderen zijn niet zo te porren voor typisch schoolse zaken.

De Kaufman-ABC is te kenmerken als een kindvriendelijke en uitdagende test. De vragen uit de test gaan over onderwerpen die kinderen aanspreken. Er wordt met plaatjes gewerkt. Kinderen ervaren de test niet als een bedreiging, in tegenstelling tot sommige andere testen. Er zijn testen waarbij kinderen onder tijdsdruk prestaties neer moeten zetten. Sommige kinderen worden nerveus en opgejaagd van het gebruik van de stopwatch en dit bevordert de prestaties natuurlijk niet. Bij de Kaufman-ABC is dit niet het geval, omdat er weinig met een stopwatch gewerkt wordt.
Deze Amerikaanse test is gebaseerd op de stijl van het probleemoplossend vermogen van een kind en niet op feitenkennis.
De test onderscheidt twee vormen van probleemoplossend vermogen. De eerste stijl van het probleemoplossend vermogen, het sequentiële proces, wordt gezien als het kunnen werken met volgordes en is auditief gericht. De tweede stijl, het simultane proces, wordt meer als (visueel) inzicht en intelligentie geïnterpreteerd. Beide stijlen zijn even belangrijk om het prestatieniveau van een kind te begrijpen, en om eventueel de juiste opvoedkundige of didactische interventie te plannen.

Stapsgewijs denken
In het sequentiële proces gaat het om het stapje voor stapje verwerken van informatie. Als een kind leert lezen moet het eerst het woord letter voor letter tot zich nemen. Pas als de letters achter elkaar worden gelezen, ontstaat er een woord dat betekenis krijgt voor het kind. Na het lezen van de letters h-o-n-d komt de ontdekking dat er 'hond' staat.
Ook een som begint met losse cijfers die, door ze achter elkaar te plaatsen, betekenis krijgen: 1 auto + 3 auto's is samen 4 auto's. Dit proces zit in het stapsgewijs kunnen denken, dus in het achter elkaar kunnen plaatsen van informatie. Als deze vaardigheid goed ontwikkeld is, zal het leren rekenen en lezen weinig moeite kosten en snel verlopen. Is dit zeer goed ontwikkeld dan zal het kind veel sneller door de lesstof gaan dan de meeste kinderen in de klas.

Tom komt vaak misselijk uit school.

Onderzoek wees uit dat bij Charlotte en Tom juist deze vorm van probleemoplossend vermogen zeer sterk ontwikkeld was. Dit verklaart ook hun gedrag. Tom raakte gedemotiveerd omdat hij niet verder mocht gaan in de leerstof en gaf aan dan ook niet meer naar school te willen. Eigenlijk werd Tom op school niet serieus genomen. Charlotte werd wel serieus genomen. De school stelde uit zichzelf voor om haar versneld door de stof heen te laten gaan.

Snel van begrip
In het simultane proces gaat het om inzicht en begrip: het in één keer zien van de oplossing.
Een kind kan een verhaaltje lezen door de woorden achter elkaar te plakken, maar dat houdt nog niet in dat het weet waar de hele tekst over gaat. Kan het kind dit wel, dan heeft het een goed begrip van het gelezene. Kinderen die dit goed doen, lezen de tekst misschien niet foutloos, maar begrijpen hem wel en verbeteren vaak direct hun fouten. Bij het rekenen zien zij al snel dat 10 + 30 een overeenkomst heeft met de som 1 + 3. Of dat 2 x 12 hetzelfde is als 4 x 6, zoals een kind uit groep 2 ons vertelde. Of 5 x 18 = 100 -10 = 90. Hier toont het kind inzicht.
Indien de simultane stijl zeer goed ontwikkeld is, dan zal het kind veel inzicht tonen, veel eigenwijze vragen stellen en met weinig hulp door de leerstof gaan. Ervaring met kinderen, die sterk zijn in simultane vaardigheden, wijst uit dat zij over het algemeen niet zo erg te porren zijn voor de typisch schoolse dingen als het leren van woordjes, dingen op een rij zetten, het automatiseren van rekentafels en het maken van schema's. Bij breuksommen (5¾ + 3¾ = 9½) zullen ze geen gebruik maken van de gebruikelijke tussenstapjes. Zij overzien de zaken immers in één keer.

Onevenwichtig
Bij kinderen is de ene stijl vaak sterker ontwikkeld dan de andere. Er kan zelfs sprake zijn van een significant verschil. Is de simultane stijl sterker ontwikkeld, zoals bij Alexander, dan is er een zeer goed begrip van de leerstof, maar omdat de sequentiële stijl op een lager, meestal gemiddeld, niveau ligt, ontstaat er onevenwichtigheid in het resultaat. Het kind weet veel en kan snel verbanden leggen, maar daar staat tegenover dat deze kinderen veel tijd nodig hebben om te leren lezen. Daardoor blijven zij langer in het lagere leesonderwijs hangen. Zij vallen niet zo heel snel op in de klas en krijgen weinig waardering; op veel begrip komt het immers nog niet aan in de lagere groepen van de basisschool! Het gevolg kan zijn dat het kind hierdoor gefrustreerd raakt en op school of thuis gedragsproblemen laat zien.
Is de sequentiële stijl juist zeer goed ontwikkeld, zoals bij Charlotte het geval bleek te zijn, dan zal het kind zeer snel leren lezen, rekenen of iets onthouden. Dat valt wel op bij de leerkracht en vaak wordt er dan extra leerstof gegeven.

Sommige kinderen worden nerveus van de stopwatch.

Een gevolg echter van een (eenzijdig) goed ontwikkelde sequentiële stijl kan zijn dat de resultaten later, in het middelbaar onderwijs, tegenvallen: het komt dan immers meer aan op begrip (simultaan) en minder op rijtjes leren en feitenkennis (sequenueel).

Sequentieel én simultaan
Maar er zijn óók kinderen die niet alleen sequentieel, maar ook simultaan erg sterk zijn. We zullen dit illustreren aan de hand van het verhaal van Jeroen.
Jeroen is 8 jaar, zit in groep 6 en heeft groep 4 overgeslagen. Nu verveelt hij zich weer in de klas, heeft inmiddels het werk van groep 7 doorlopen en leest heel goed. Jeroen zit niet goed in zijn vel, wil niet naar school omdat hij daar 'stomme' sommetjes moet maken en veel werkjes 'saai' vindt. Uit de test blijkt dat Jeroen een zeer grote cognitieve ontwikkelingsvoorsprong heeft. De simultane èn sequentiële stijl van informatie verwerken zijn bij hem zeer sterk ontwikkeld. Voor Jeroen houdt dit in dat hij zich de leerstof van de basisschool snel (ongeveer in drie jaar) eigen kan maken; dit is dan ook de reden dat hij niet lekker in zijn vel zit en niet naar school wil. Hij heeft daar immers geen cognitieve uitdaging meer, maar hij wil wel bij zijn vriendjes blijven. Ouders èn school vragen om begeleiding.
Bij Jeroen komt naar voren dat hij wel erg snel leert: de sequentiële stijl geeft ondersteuning aan de simultane. Voor de leerkrachten en ook voor Jeroens ouders is het een moeilijke en unieke uitdaging om Jeroen op alle vlakken aan zijn trekken te laten komen, en hem, als dit lukt, niet meer dan één klas te versnellen. In zo’n situatie is het dan ook aan te raden veel verbredingsmateriaal te geven in de vorm van een vreemde taal, wiskundige spelletjes, een maquette van de school maken enzovoort. Het zou niet goed voor Jeroen zijn als hij cognitief niet meer geprikkeld zou worden. Er is een mogelijkheid dat hij dan lichamelijke klachten krijgt, misschien wel eens baldadig zou kunnen worden in de klas of weigert iets uit te gaan voeren. Het is dan ook belangrijk ervoor te zorgen dat hij met plezier naar school gaat, dat er een goede open verstandhouding met de leerkracht is en dat hij zich sociaal in zijn eigen tempo kan ontwikkelen. Of Jeroen nogmaals een klas moet versnellen zou aan het eind van het jaar samen met school, ouders en Jeroen besproken moeten worden.

Conclusie
In het algemeen kunnen wij zeggen dat de meeste kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong, zoals Charlotte, Tom, Alexander goed te begeleiden zijn. Een open verhouding tussen school en ouders is hierbij belangrijk. Als de leerkracht en de ouders elkaar als serieuze gesprekspartners zien, kunnen ze elkaar waar nodig helpen. Natuurlijk zal het op extra inzet van de leerkracht neerkomen. Voor de leerkracht is een wekelijks persoonlijk gesprekje van vijf minuten met het kind een plezierige manier om er achter te komen wat er in het kind omgaat. Na verloop van tijd zal het kind aangeven wat het wel en niet leuk vindt aan de leerstof. Door hier aandacht aan te schenken zal het kind meer gemotiveerd worden voor zijn schoolwerk. Het zal het gevoel hebben serieus te worden genomen.
Kinderen zoals Alexander vragen duidelijk meer stimulering, vooral op rekengebied. Het is gebleken dat kinderen die simultaan ingesteld zijn over het algemeen in de basisschool minder opvallen. Later, op de middelbare school, krijgen zij het daarentegen relatief gemakkelijk: dan komt het immers steeds meer op begrip aan. Kinderen als Charlotte, die sequentieel ingesteld zijn, vallen in de basisschool op, omdat zij goed zijn in stap voor stap werken en iets uit het hoofd leren, maar zij zullen het op de middelbare school moeilijker krijgen.

Na het lezen van de letters h-o-n-d komt de ontdekking dat er 'hond' staat.

Voor al deze kinderen zijn het sociale contact met klasgenootjes en de motivatie om te leren zeer belangrijk, maar de begeleiding verschilt sterk tussen simultaan en sequentieel sterke kinderen. Hoe die begeleiding er precies moet uitzien is uiteindelijk afhankelijk van de individuele testresultaten.

Met behulp van praktijkvoorbeelden hebben wij getracht aan te geven waarom het van belang kan zijn om een eventuele ontwikkelingsvoorsprong vast te stellen en passende adviezen te geven op grond van twee verschillende stijlen van probleemoplossend vermogen. Er zijn kinderen die een ontwikkelingsvoorsprong op school niet durven te laten zien. Dit komt in een test wél naar voren. Juist in deze situaties is het van belang om, als er een vermoeden van onevenwichtige of ver voorlopende cognitieve ontwikkeling bestaat, het kind te laten testen door een daarvoor opgeleide deskundige. De bevindingen geven dan aanknopingspunten hoe het kind het beste begeleid kan worden.
Kind, ouders en leerkracht kunnen zo geholpen worden.

Uit Talent, Tijdschrift voor hoogbegaafdheid en toptalent, maart 2000

Klik hier om deze printvriendelijk opgemaakte pagina af te drukken